Hoe neem je afscheid van iemand die je lief is?

door jasperina@hotmail.com

In het hart zit een deukje. Je zoon hangt het nu elke ochtend om zijn nek waar het samen met een kruisje en ankertje verdwijnt onder zijn shirt. Niet zichtbaar. Wel voelbaar. Geloof, hoop en liefde. Het was negen weken lang ons houvast toen we aan je bed zaten.

Geloof, dat je beter zou worden.
Hoop, ondanks vrees.
Liefde, als constante.

Negen weken leefden we volgens een nieuw gevonden ritme. Van de garage in de lift door de lange gang. Langs de grote en de kleine olifant, de kapel met de kaarsjes, een rijtje stoelen voor het bloed prikken, de kiosk – meestal dicht met zachte ballonnen achter het hek, de kapper met de pruiken, het restaurant van verlaten tot vol maar altijd de geur van saucijzenbroodjes, een zwarte piano met een vragend krukje en dan de drie liften. Links met het ronde raam, in het midden een vierkant en rechts de driehoek. Een fruitmachine verstopt achter grijze deuren. Ik druk op de knop en wens het vierkant omdat ik vanuit daar zo mooi de stad kan zien.
PING
Afdeling vijf met een B erachter. Rechts is voor spoed en links lig jij. In een kamer voor vier met steeds weer anderen. De man met de lange staart die als een Sioux door de gangen waakt. De vrouw met de man die tegen de verpleegster schreeuwt en daarna sorry blijft zeggen tegen haar en tegen ons. Hij weet het ook niet meer. De man die alleen maar slaapt en de vrouw die blijft praten over het vliegtuig dat ze moet halen. Stiekem maken we daar grapjes over om jou aan het lachen te maken. Daar aan je bed waar onze wereld stil is komen te staan. Het liedje van Acda en de Munnik on repeat in mijn hoofd.
Eerst gewoon die vragen, alles wordt een ritueel
Hoe gaat het met je arm, je been, je hoofd en in ’t geheel?

Iedereen mag naar huis, behalve jij. We zetten fotolijstjes op de vensterbank, vouwen papieren tulpen in een vaasje en prikken lieve kaarten op de muur achter je. De punaises raken op. Bezoekuur blijkt een elastiek dat we als kinderen tussen onze enkels rekken. Steeds iets verder, steeds iets langer. Onze stemmen zacht. De mannen en vrouwen die voor je zorgen zeggen er niets van. En dat zegt alles.

Je weet het eerder dan wij. Donkere wolken pakken samen in de ogen van de man die óns altijd voor liet gaan. Bergen zou je verzetten maar deze laatste gaat niet meer. Ik ben op, vertel je allereerst je zoon die volgens iedereen in het ziekenhuis als twee druppels water op je lijkt. Net zo lief. Net zo keet. Hij is er elke dag tot je in slaap valt. Ondanks zijn verdriet gaat hij achter je staan. Net als een dag later je vrouw, die stilletjes in je hand knijpt en fluistert dat het goed is. In mei zouden jullie 61 jaar getrouwd zijn. De kleinkinderen huilen ’s avonds aan je bed. Dat valt je zwaarder dan je beslissing. En ik, in mijn hoofd tollen de mitsen en maren en een koppig hopen op een andere uitkomst dan deze heeft zijn armen stevig over elkaar geslagen. Tot het gesprek met de artsen in het ziekenhuis die echt naar je luisteren en ik daarna de verandering in je ogen zie. Ze zijn weer helder. Een gewicht lijkt van je schouders gevallen. Aan je bed is weer ruimte voor grapjes en verhalen. De sonde mag uit je neus en we halen diep adem.
In.
Uit.
Dapper ga je ons voor op deze onbekende berg.

Hoe neem je afscheid van iemand die je lief is? Van iemand zo lief als jij? Waar de wijzers van de klok jou houvast geven, wil ik ze het liefst bedekken met de witte zakdoek in jouw hand. Sussen, doe maar rustig, geen haast. Buiten is de lente in volle hevigheid losgebarsten, maar jij hoeft de bewijzen daarvan niet meer te zien. Als je je ogen sluit zie je talrijke mooie lentes die je beleefde. Het is goed zo, net als het leven dat achter je ligt. Hier en daar wat spijt, maar niks groots, vertrouw je me toe. In mijn boekje dat ik de laatste dagen steeds bij me heb schrijf ik korte zinnen. Maar ik heb je allang gevangen. De eerste keer dat ik je zag vloog je meteen mijn hart in, durf ik je te vertellen. Het was de zachtheid in je ogen.

Ook nu nog steel je harten. Van de oudere verpleegster die ’s nachts aan je bed zit als wij slapen, van de verpleger met dezelfde naam als je zoon die je bed verhuist naar een kamer voor jou alleen. Het licht valt hier zo mooi naar binnen. Wanneer we luisteren naar verhalen van vriend D. over zorgeloze visweekenden en hij terugkomt omdat hij nog geen afscheid van je kan nemen. Wanneer A. voorleest uit het boek dat je gelukkig nog in je handen hebt gehad, het eerste exemplaar. Wanneer je herinneringen ophaalt en ons aan het lachen maakt. Das war einmal. Je grijnst. Geen tijd voor tranen, die bewaren we voor later. Als we weten dat je nooit meer zo naar ons gaat kijken als je nu doet.

Dan is het de laatste dag met jou. Je bent thuisgekomen. Als ik je vraag waar ik naar uit kan kijken als je er straks niet meer bent, moet je even nadenken. Een adelaar, zeg je dan en ik lach dat je het me niet makkelijk maakt. A. leest nog wat voor, N. laat je hand niet meer los en M. tekent ons en het bevroren moment. We hoeven niets meer te zeggen. Wat rest is de liefde. Het is goed zo. Ga maar.

Hoe neem je afscheid van iemand die je lief is? Van iemand zo lief als jij? Je doet het halfbakken, schoorvoetend en eigenlijk niet echt. Dapper steek je een roos in het lint om de kist en denkt aan een plek in je hart. Dat hart waar nu een deukje zit. Als bewijs dat jij nu alleen daar nog bent. Net zo lief. Net zo keet. Met die blik, zoals alleen jij kijken kon. Je bent er vanzelf ingevlogen. Die allereerste keer al. Als een adelaar, denk ik nu.

Dag schoonpapa. Dag Tosti Opa. Zo blij dat jij er was.

Vier het leven!
Henk


(tekening Mae Bakker)

1 Reactie
3

1 Reactie

Mirjam 05/06/2024 - 16:04

Prachtig geschreven! Ik wens jullie alle tijd en sterkte om dit verlies en verdriet een plekje te geven💕

Antwoord

Laat een reactie achter

Dagelijkse Dingen maakt gebruik van cookies voor het optimaal functioneren van de website en voor het verzamelen en analyseren van statistieken. OK