Negroni’s

door jasperina@hotmail.com

Overmoedig omdat we tussen de regenbuien door het café hebben bereikt, ploffen we neer. De aardige eigenaar brengt de kaart maar we weten het al: Negroni’s. De reden dat we op de fiets zijn gestapt. Want hoelang is het geleden dat we ze hier dronken? Met kleine hapjes op zorgvuldige schoteltjes en tranen van het lachen. Niet eens zo lang geleden. H. was er nog. D. vertelde over T. en hoe alles soms op zijn kop en we beloofden T. dat ze ook zonder M. weer gelukkig zou zijn. Proost! Op het leven en vriendinnen.

Mogen ze net zo lekker als die van de vorige keer? Hij knikt en lacht, ook al is híj de vorige keer vast en zeker vergeten. Twee vrouwen die er een beetje moe en verwaaid uitzien. We kijken naar de tafeltjes om ons heen. Het is halfvol voor de vrijdagavond. Maar genoeg mensen om verhalen bij te bedenken. Een moeder en zoon met hond die bedelt bij de ronde tafel, waar ze te druk zijn met elkaar om de kwispelende staart op te merken. Een mengelmoes van Engels en Nederlands, beleefde lachjes en onderzoekende zinnen. Geen geliefden, geen vrienden zelfs, denken we. Iets met werk. Naast ons een stel, zij praat en lacht veel, een hand op zijn arm. Hij kijkt op zijn telefoon. Zij doet het voor twee vanavond. In de hoek een ouder stel. Ze verzinnen geen verhalen over anderen want zien alleen elkaar. Kuiltjes in zijn wangen, sterren in haar ogen. Lang leve de liefde!

Buiten voorspelt de lucht nog meer binnen blijven. Twee jongens vallen van hun fiets, ze kloppen hun knieën af en lachen hun schaamte weg. D. vertelt over haar leven op zijn kop. En dat het went. Dat ze vanuit hier weer anders naar dingen kijkt. Ik vertel over alles wat ik wil en niet doe. Droomdrempels. Zo hoog als je ze zelf maakt? Ik knik. Meer leven, minder streven vertelt de regen die inmiddels tegen de ruiten tikt. Dus nemen we kroketjes bij de Negroni’s, van die zelfgemaakte en soesjes met een vulling waar we even stil van zijn. Nog een rondje maar? Tot we tranen in onze ogen lachen om de man op het feestje die D.’s naam maar verkeerd bleef zeggen. Ik heet eigenlijk D, had ze uiteindelijk gezegd. Voorzichtig, om hém niet te bezwaren. Wat zegt dat over mij, wil ze weten. Alles, schater ik, maar vooral dat je eigenlijk heel lief bent. En we proosten nog maar eens. Op boekfeestjes die niet door konden gaan, op mensen die we missen, op de hond met de kwispelstaart, op ondersteboven hangen in je leven, op Negroni’s en een zomer die zich nergens iets van aantrekt.

0 Reactie
1

Laat een reactie achter

Dagelijkse Dingen maakt gebruik van cookies voor het optimaal functioneren van de website en voor het verzamelen en analyseren van statistieken. OK