Slik

door Dagelijkse Dingen

Ik schreef het al eens, ik ben geen Florence Nightingale. Hoewel de zorg het zwaar heeft, zie ik niet hoe ik zou kunnen bijdragen. Ik zou eventueel hun marketing kunnen doen of de ziekenhuisverhalen kunnen opschrijven die me bij het idee alleen al nieuwsgierig maken, maar daar houdt het wel mee op. Ik ben lief hoor. Heb een luisterend oor. En ik wil ook je hand vasthouden, maar als er geprikt wordt, wacht ik liever even op de gang. Ik hoef ook niet te horen over het hoe en wat van een medische ingreep, mijn voorstellingsvermogen is te groot en ik moet er zo een uurtje van bijkomen.

Toen mijn lief ooit een knip liet zetten, voelde ik het bijna zelf. En toen mijn vader een pacemaker kreeg, durfde ik bijna zijn hand niet vast te houden vanwege het infuus dat er net zo wiebelig uitzag als ik me voelde. Ik zou willen dat het anders was. Echt. Dan was ik een praktische verpleegkundige die zorgen wegnam. In werkelijkheid zou ik witter zien dan mijn uniform. Niet klepperend maar tanden klapperend op mijn Zweedse klompen.

Nu ging ik deze week met mijn lieve schoonvader naar de oogarts. Hij zag zo slecht de laatste tijd. Ik ging mee omdat hij een onderzoek zou krijgen waardoor hij niet terug zou kunnen rijden. Puur praktisch. Mijn schoonvader is niet het type dat zijn hand laat vasthouden. Het gaat eigenlijk altijd goed met en volgens hem en dit slechter zien was waarschijnlijk een kwestie van een nieuwe bril. Omdat zijn gehoor al veel langer slecht is, was mijn aanwezigheid geen overbodige luxe. In de wachtkamer, die gelukkig niet naar ziekenhuis rook, was ik zijn paar oren. Zeker nadat ze zijn ogen met een prikkend spul hadden gedruppeld en hij de wereld en monden die articuleerden door een waasje zag.

Braaf hobbelden we achter twee jonge artsen aan van de ene kamer naar de andere, van een scan naar een meetinstrument en een ouderwets letterbord. Mijn schoonvader zakte. De uitkomst was verdrietig. Natte maculadegeneratie in zijn rechteroog. Een derde arts, die achter de schermen had meegekeken, kwam het samen met een slap handje bevestigen. We waren er even stil van. Tot een van de artsen met bulderende stem vertelde dat het oog meteen behandeld moest worden. Dat hoorde mijn schoonvader goed. Gelukkig maar, want toen de arts verder bulderde dat ze met een injectie vocht uit het oog gingen halen, voelde ik me een beetje wiebelig worden. Mijn schoonvader niet, die knikte dapper en schijnbaar sto├»cijns. Ik knikte braaf mee maar voelde een appelflauwte opkomen bij de uitleg van de INJECTIE IN HET OOG. Bulder. Slik.

Weer terug in de wachtkamer moesten alle paperassen en afspraken in gang gezet worden. Gelukkig was het zicht van mijn schoonvader nog steeds wazig, waardoor hij niet zag dat mijn gezicht de kleur van de steriele muren van de wachtkamer hadden aangenomen. “Ik ga morgen met je mee hoor”, beloofde ik in de auto op de weg naar huis. “Dat is fijn”, vond mijn schoonvader. “En ik bestel de vitaminen die je nodig hebt.” Hij knikte en stopte de benodigde papieren in mijn dashboardkastje.

De volgende dag vertrouwde ik hem in de wachtkamer toe dat ik niet mee naar binnen wilde. “Natuurlijk niet”, keek hij me verbaasd aan. Had lief hem al over mijn niet gemiste roeping verteld? Terwijl een vrolijke assistente mijn schoonvader naar binnen riep, wankelde er een zware dame naar buiten. Zonder voet en met klompschoen. Ze maakte nog een grap voor ze de lift in strompelde. Slik. Ik nam een dubbele espresso, las over de liefde in het Psychologie Magazine en dacht: injectie, injectie, injectie. Met een soepoog kwam mijn schoonvader weer naar buiten. Met een licht schuldgevoel kon ik toch niet anders dan opgelucht zijn toen hij zijn zonnebril opdeed en soepoog aan mijn zicht verdween. “Ging het goed?”, piepte ik, niet nieuwsgierig naar de details. “Prima”, bevestigde mijn schoonvader. En ik hield weer een beetje meer van hem.

In de auto deed hij mijn dashboardkastje open en haalde er het recept voor de vitaminen uit. “Zal ik deze anders in je tas doen?”, grinnikte hij. Lief had hem zeker over mij verteld. “Goed hoor”, blufte ik. Na twee dagen en drie telefoontjes van mijn schoonmoeder, heb ik de vitaminen besteld. Ik moest even zoeken, want het recept was inmiddels uit mijn tas verdwenen. Ik had het waarschijnlijk op een plek gelegd zodat ik het niet zou vergeten. Maar waar?

De volgende afspraak van mijn schoonvader zijn we op vakantie en kan ik niet mee. Hij nam het luchtig op, toen ik het vertelde.

0 Reactie
0

Laat een reactie achter

Dagelijkse Dingen maakt gebruik van cookies voor het optimaal functioneren van de website en voor het verzamelen en analyseren van statistieken. OK